Beroepscode voor piercers.

De stichting vindt een goede beroepshouding voor piercers heel belangrijk voor het goed uitoefenen van je beroep. Daarnaast is het in het belang van de cliënt.

We bieden je deze beroepscode aan en we hopen dat zo veel mogelijk piercers zich volgens deze code gaan gedragen. Waar in de tekst hij wordt gebruikt, wordt in geval van een vrouwelijke piercer zij bedoeld. Het staat een ieder vrij de tekst over te nemen voor gebruik in de studio of anderszins. Wel zien wij graag een duidelijke bronvermelding er bij.

Algemene aspecten.

Artikel 1

De piercer neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit zijn professionele standaard. Hij heeft een goede beroepshouding en zorgt voor een goede organisatie van de beroepsuitoefening. De piercer houdt zich aan de kwaliteitsvoorschriften van de LCHV.

Artikel 2

De piercer dient bekwaam te zijn in de piercings die hij aanbiedt. Dat wil zeggen dat de piercer is gerechtigd de piercing te plaatsen wanneer hij een opleiding heeft gevolgd bij een ervaren piercer.

Artikel 3

Op verzoek van cliënten geeft de piercer inzage in bewijzen van gevolgde opleidingen en is bereid hiervan kopieën te verstrekken.

Artikel 4

De piercer onthoudt zich van handelingen die gelegen zijn buiten zijn eigen kennen en kunnen. De piercer plaatst alleen die piercings, waartoe hij door zijn opleiding bevoegd en bekwaam is.

Artikel 5

De piercer is volledig aansprakelijk voor de wijze waarop hij zijn praktijk uitoefent.

Artikel 6

De piercer voert bij aanvang van de behandeling een intakegesprek. Hij sluit met de cliënt een behandelingsovereenkomst af, dit in de vorm van een instemmingsverklaring. Hierin zijn opgenomen de vermelding van de risico´s en een anamnestische verklaring over eventuele contra-indicaties. Voorts verstrekt hij de informatie van de GGD zoals beschreven in de landelijke richtlijn. Na de behandeling geeft hij de nazorginstructies op papier mee.

Artikel 7

De piercer verleent goede zorg, behandelt de cliënt met respect en respecteert diens privacy.

Artikel 8

De piercer gebruikt zijn kennis om complicaties te voorkomen. De piercer richt zijn praktijkruimte naar behoren in en maakt gebruik van kwalitatief goede materialen en middelen.

Artikel 9

De piercer houdt zijn kennis en vaardigheden op peil door bij- en nascholingsactiviteiten. De piercer houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van het piercen en de verzorging van wonden. Doet aan zelftoetsing en onderwerpt zich zo nodig aan intercollegiale visitatie.

Artikel 10

Piercers mogen niet tot behandeling overgaan in de volgende situaties:
• Wanneer de piercer geen zicht heeft op de gezondheidssituatie van de cliënt. • Bij een negatief advies van de arts of verloskundige.

Aspecten in relatie tot de cliënt.

Artikel 11

De belangen van de cliënt staan op de eerste plaats.

Artikel 12

Piercers oefenen hun beroep op de juiste manier uit zodat ze het imago van het piercen hoog houden.

Artikel 13

De piercer is bereid om informatie te geven en verantwoording af te leggen over de behandeling. Hij doet dit desgewenst schriftelijk en laat zich leiden door wat de cliënt redelijkerwijze dient te weten.

Artikel 14

Informatie hoeft niet verstrekt te worden als de cliënt deze niet wil ontvangen. Indien het van belang is voor het welslagen van de behandeling dan is het geven van deze informatie wel nodig.

Artikel 15

De piercer houdt volgens de praktijkregels een cliëntadministratie bij. Deze gegevens moeten tot 2 jaar na de laatste behandeling worden bewaard.

Artikel 16

De piercer geeft aan de cliënt op diens verzoek inzicht in zijn of haar eigen dossier.

Artikel 17

De piercer verplicht zich om geheim te houden al wat hem gedurende het uitoefenen van de behandeling als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te zijner kennis is gekomen, of waarvan hij het vertrouwelijke karakter moet begrijpen.

Artikel 18

De behandeling vindt plaats buiten de waarneming van anderen, tenzij op verzoek van of met toestemming van de cliënt.

Artikel 19

De piercer zorgt voor een afdoende bereikbaarheid teneinde cliënten bij te staan bij het oplossen van problemen die de piercing betreffen.

Aspecten in relatie tot collega-piercers en andere hulpverleners.

Artikel 20

De piercer moet zich onthouden van negatieve uitspraken of kritiek betreffende collega piercers. Het past ook niet om laatdunkend over de cliënt te spreken ten aanzien van anderen.

Artikel 21

De piercer streeft er naar om in een goede verstandhouding met collegae en andere beroepsbeoefenaren samen te werken. Toont zich bereid tot het verstrekken van wederzijdse informatie.

Aspecten in relatie tot de samenleving.

Artikel 22

De piercer houdt zich op de hoogte van politieke, maatschappelijke en medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op het piercen.

Artikel 23

Het piercen mag alleen onder de eigen naam geschieden.

De volledige tekst van de beroepscode vind je hier.

  • Wil piercers verzamelen in heel Europa om gezamenlijk het piercen in Europa gezicht te geven.
logo
Beroepscode